Productomschrijving
PH-meter
Test de bodem
De grond voorbereiden
Planten gedijen het best bij een bodem-pH die aansluit bij hun specifieke behoeften. Meet daarom vóór het aanplanten de pH-waarde van je tuingrond met de pH-meter die de pH-waarde en de vochtwaarde meet. Zo weet je zeker weet dat je de juiste planten op de juiste plek kiest.
Met een pH-aflezing
– Verwijder stenen, bladeren en takjes van de oppervlakte van de grond.
– Los de grond met een tuinschepje tot een diepte van 10 – 15 cm.
– Maak de grond nat met water (bij voorkeur regenwater) tot een modderige consistentie.
– Maak de stangetjes van de pH-meter schoon met een schuursponsje. LET OP! Niet de punten van het stangetje!
– Verwijder eventuele poederafzettingen met een papieren tissue.
– Duw de stangetjes verticaal in de grond naar een diepte van 10 – 15 cm.
– Neem een meting na 60 seconde.
– Verwijder, reinig en bereid de stangetjes zoals eerder beschreven. Herhaal hierboven door de stangetjes in een ander, maar aangrenzend punt te plaatsen om de eerste lezing te controleren.
Interpreteren van de pH-aflezing
pH 3-6: zuur
pH 7: neutraal
pH 8-10: alkaline
Om de zuurgraad te verminderen dient u 300 g/m2 grondkalksteen toe te passen voor elke 1 gewenste pH-verhoging. Om de zuurgraad te verhogen, dient u 70 g/m2 sulfaat van ammoniak toe te passen.
Controle van vochtgehalte
Huisplanten en buitenplanten die groeien in hangmanden en bakken hebben de juiste hoeveelheid water nodig om het beste resultaat te kunnen bereiken. Gebruik de combinatie pH & vochtmeter om te voorkomen dat de plant te weinig of teveel water heeft door het vochtgehalte van de grond te controleren voordat u de planten water geeft.
Met een vochtlezing
Duw de stangetjes verticaal in de compost tussen de plant en de rand van de pot. Een meting kan onmiddellijk worden gedaan.
Interpreteren van de lezing
Rode zone = droog. Past bij cactussen en sanseviera.
Groene zone = klam. Past bij de meeste planten.
Blauwe zone = nat. Past bij waterplanten.
Zorg voor de combinatie pH- & vochtmeter
– Verwijder de stangetjes uit de grond of compost na het meten.
– Veeg de stangetjes altijd schoon na gebruik.






